Spelsystemen


Naast het normale spelsysteem (Libre) zijn een aantal andere spelsystemen ontwikkeld.

Als spelsystemen kennen we:
  1. Single Count
  2. Triple Count
  3. Switch 1-2-3-4
  4. Zaandams
  5. Oost-Gronings
  6. Combinatie
  7. Paartjes gooien
  8. Twee onderbeurten

Ad a: Single Count

Dit systeem wordt evenals het normale sjoelen met 30 schijven gespeeld. Nu worden echter na elke onderbeurt de punten geteld en opgeschreven. Een totaalscore is de som van de drie onderbeurten.

Voorbeeld:
Een speler gooit in de eerste onderbeurten zijn 30 schijven en haalt daarmee 48 punten. Met de overgebleven schijven gooit hij zijn tweede onderbeurt. Aan het eind van deze onderbeurt heeft hij 68 punten. Tot slot gooit hij zijn derde onderbeurt en hij komt dan op een totaal uit van 103 puten.

In Single Count is zijn totaalscore dan: 48 + 68 + 103 = 219 punten.

Ad b: Triple Count

Dit systeem lijkt sterk op het vorige systeem (Single Count). Het verschil is echter dat de score van de eerste onderbeurt met 3 wordt vermenigvuldigd, de score van de tweede onderbeurt met 2 en de laatste onderbeurt telt normaal. In het voorbeeld van single count zou deze persoon volgens de telling van Triple Count de volgende score halen:



3x48=144
2x68=136
1x103=103
Totaal383 punten

Ad c: Switch 1-2-3-4

In dit systeem speelt de speler normaal drie onderbeurten met 30 schijven. Echter moeten de vakken in een vaste volgorde gevuld worden: Eerst een 1, vervolgens een 2, daarna een 3 en als laatste een 4. Daarna begint de speler weer op de 1 etc.

Indien een steen ten onrechte een vak in gaat, d.w.z. de speler zou een 1 moeten gooien maar deze gaat per ongeluk de 4 in dan wordt de steen door het jury-lid uit de bak gehaald en mag deze de volgende onderbeurt weer gebruikt worden.

Indien een speler de 4 moet gooien, en behalve de 4 ook de 1 erin gooit (dat is de volgende die hij zou moeten gooien) dan tellen beide stenen ongeacht of de 1 er eerder in ging of niet. Dus tegelijk mag.

De maximale score in dit systeem is 143 punten.

Ad d: Zaandams

Dit systeem wordt gespeeld met 20 schijven en drie onderbeurten. De telling is op de normale wijze. In dit systeem zijn bonuspunten te behalen. Gooit een speler in n worp alle stenen erin dan krijgt hij 50 bonuspunten. Doet hij dit na de tweede onderbeurt dan krijgt hij 20 bonuspunten.

Ad e: Oost-Gronings

Dit systeem is gelijk aan het systeem: Zaandams. Nu wordt er echter met 24 schijven gespeeld i.p.v. 20 schijven.

Ad f: Combinatie

Dit systeem wordt met 30 schijven gespeeld en bestaat uit 3 onderbeurten. Een schijf mag pas in een vak terechtkomen nadat deze een andere schijf heeft geraakt.

Ad g: Paartjes gooien

Dit systeem wordt met 30 schijven gespeeld en kent 3 onderbeurten. De bedoeling is om alle schijven in de 3 of 4 te gooien.
Als er zowel een 3 als een 4 inzit dan spreken we van een paartje. Een steen die in de 1 of 2 terechtkomt wordt niet weer teruggegeven voor de volgende onderbeurt.

Na elke onderbeurt wordt er gekeken hoeveel paartjes er zijn. Stenen die over zijn worden uit het spel genomen.

Voorbeeld:
Een speler gooit in de eerste onderbeurt 4 schijven in de 3 en 6 schijven in de 4. Hij heeft dus 4 paartjes gemaakt. Twee schijven worden uit de 4 genomen en hij houdt dus zowel in de drie als de vier 4 schijven over. Vervolgens mag hij zijn tweede onderbeurt spelen (de twee schijven die uit de vier genomen zijn mag hij niet meer gebruiken) en hij komt bijvoorbeeld tot de score 7 in de drie en 6 in de vier. En steen wordt uit de drie genomen en hij heeft nu 6 paartjes. Vervolgens speelt hij zijn laatste onderbeurt.

Maximale score in dit systeem is dus 15 punten.

Ad h: Twee onderbeurten

Dit is gelijk aan het normale sjoelen (Libre). Nu mag een speler echter maar twee onderbeurten spelen.